Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



RUST.

Ik heb van aangezicht tot aangezicht.

Met mijnen Dood gesproken.

Een teder licht als Jeruzalemsch avondlicht,

Is in mijn ziel ontloken.

KUDDEN.

De zwarte geiten en de witte schapen,

Liggen loom op ’t zonnige veld.

Onder schaduw schuilen de herdersknapen Wien ieder uur zijn wonderen vertelt.

AVOND.

Hoe zal mijn Lied anders dan Gods Woord

[spreken?

Hij zendt den koelen avondwind tot mij.

Mijn lippen sidderen, mijn tranen breken. Gebonden aan God ben ik vrij.

HEIMWEE.

Ach: alles wat ik nog verlang,

Is moe van drift en moe van drang,

Moede van winst en moe van derven In Holland leven en in Holland sterven.

DWALEN.

Doelloos verdwalen, waar het maandal straalt. En waar de vijgen van Katamon rijpen.

De dauw de rozen drenkt en dan begrijpen Dat nooit een mensch doelloos verdwaalt

102

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.