80
voordoen. Vandaar, dat ik enkele aanwijzingen wil geven in verband met de signifiek van de andere wetenschappen. Deze aanwijzingen doen tevens de richting kennen, waarin de grenzen van mijn onderzoek te bereiken zijn.
* *
*
zedekundïge Het besef van de onvoldoendheid van het uitdruk־ ;mfiek. kingsvermogen van de taal is menigmaal het krachtigst bij schrijvers wier taal zuiver en sterk is. Ik noem Prof. De Bussy. r) Het leerstuk van de toerekening is zoowel voor den zedekundige als voor den rechts-kundige van overwegend belang. 1) Vandaar de groote waarde, ook voor rechtsgeleerden van de beschouwin-gen van Prof. De Bussy. Zijne ״Inleiding tot de Zede-kunde” en zijn, reeds genoemde of nog te noemen, bijdragen in tijdschriften zijn een voortreffelijke grond-slag voor eene toekomstige zedekundige signifiek. Men kan zeggen, met eene herinnering aan het reeds door mij vermelde boek van Dr. Hermann Wcek : ״Die Spräche im deutschen Recht”, dat eene van de voor-naamste bedoelingen van Prof. De Bussy is aan te toonen : ״dat de meeste gebreken van de ethiek slechts gebreken van zijne taal zijn.” 3) Sterk en stellig :
1
I. J. de Bussy ״Over het voorwerp van de zedelijke beoor-deeling” naar aanleiding van Dr. G. J. Heering ״Onderzoek naar het wezen van het zedelijk oordeel” in Teylers Theologisch Tijd-schrift van 1907 bldz. 175.