264
avertit le jury, à peine de nullité, que s’il pense, à la majorité, que l’accusé ou l’un des accusés est irrespon-sable, il doit en faire la déclaration en ces termes : ״à la majorité, l’accusé, à raison de son état d’aliénation mentale au moment de l’action est irresponsable.” x) Intusschen volgt hieruit niet, dat de geneeskundige wettelijk verplicht zou zijn eene vraag naar de toe-rekeningsvatbaarheid te beantwoorden.
Evenmin is eene dergelijke verplichting af te leiden uit een rondschrijven van den Minister van Justitie Chaumié met betrekking tot de vragen, die in het alge-meen aan de geneeskundige deskundigen behooren te worden gesteld. Wel schijnt de Minister daarin uit te gaan van de veronderstelling, dat de geneeskundigen niet zullen weigeren te antwoorden op eene vraag aangaande de toerekeningsvatbaarheid van den beklaagde. 2)
Rondschrijven van den Minis-ter Chaumié.
Voor den signifiekkundige is de strijd tusschen Dr. Ballet en Prof. Grasset van groote waarde. Immers : het betoog van Prof. Grasset is doorloopend niet juist en de oorzaak van deze doorloopende onjuistheid is duidelijk aanwijsbaar deze: verkeerde opvatting van slechts één enkel Waardevol woord: ״responsabilité médicale.” 3)
Signifische be-teekenis van dezen strijd.
Aan het bewijs van de waarheid van deze bewering mogen dan mijne slotbeschouwingen gewijd zijn.
* ו
*
1) Over deze wet: Prof. J. Grasset: ״La responsabilité des criminels’’ met uitvoerige bespreking van de Vergadering te Genève en Dr. G. Janssens in ״Psychiatrische en Neurologische Bladen״ van 1907.
2) ״Monatsschrift für Kriminalpsychologie’’ van 1906 bldz. 51.
3) Men vergelijke onze beschouwingen over de beide opstellen van Prof Dr. G. Heymans : ״Uitwassen der crimineele anthropo-logie” en 7/Over Strafrechtelijke toerekening”.