252
achten zij niet vereenigbaar met hunne wereldbeschou-wing. *) Mocht een geneeskundige zich ongevraagd over de toerekeningsvatbaarheidsvraag uitspreken, dan is de rechter niet eens genoodzaakt eene aanmerking deswege te maken. Hij kan het doen. Een dergelijk geval heeft zich voorgedaan ten aanzien van den des-kundige Dr. Haver Droeze. 1) Prof. Jelgersma vermeldt een geval, waarin een geneeskundige zich uitliet over de ״strafbaarheid” van den beklaagde en deswege door den rechter werd herinnerd aan de overschrijding van de grenzen van zijne bevoegdheid. 3)
Is de deskun־ Maar ernstige moeilijkheden zouden kunnen ontstaan, dlg6beve^pIicht indien de rechter eene vraag stelde naar de toerekenings-ding der ntoe-vatbaarheid en wanneer de geneeskundige deskundige rekeningsvat- weigerde deze vraag te beantwoorden op grond, dat
baarheids- , . . . * .. Λ Λ Λ.
vraag?״ de vraag met eene is, ten aanzien waarvan hij deskundig is.
Een merkwaardig geval heeft zich in Den Haag voorgedaan. Tot deskundigen waren benoemd Dr. Cowan en Dr. Tellegen, om ״een onderzoek in te stellen of Geurt Keseling, beklaagd van oplichting, wegens zieke-lijke storing zijner verstandelijke vermogens, toereken-baar is voor het hem ten laste gelegde feit.” De beide deskundigen gaven ieder een afzonderlijk antwoord. Dr. Tellegen antwoordde : ״het is, uit een medisch oogpunt beschouwd, mijns inziens moeilijk, toereken-baarheid uit te sluiten.” Het antwoord van Dr. Cowan was zui ver geneeskundig. De vraag naar de toerekenings-
1
״Gerechtelijk-geneeskundige rapporten'’ in ,,Psychiatrische en Neurologische Bladen״ van 1904.