253
vatbaarheid werd niet beantwoord, daar de deskundige dit zuiver juridische vragen achtte, waarop een medicus niet kon ingaan. τ)
Doch hoe, indien de rechtbank een antwoord had Wie beoor-
verlangd op de gestelde vraag? Deskundigen in burger- deelt de vraag
1 1-11 . .. ן · of de benoemde
lijke zaken zijn niet verplicht hunne benoeming aan deskundig is? te nemen. Deskundigen in strafzaken wel. 1) Doch hoe, W v-S· wanneer de benoemde meent, dat hij ter zake niet kundig is ?
Een vervolging op grond van artikel 192 van het Wetboek van Strafrecht zou kunnen worden beproefd.
De vraag zou dan deze zijn, of de wettelijke verplichting, die een deskundige als zoodanig te vervullen heeft, zich uitstrekt tot de beantwoording van alle vragen ten aanzien waarvan de rechter hem deskundig acht. Liet men het oordeel omtrent zijne deskundigheid aan den benoemden deskundige zelven over, dan zou het gevaar kunnen ontstaan, dat de deskundige zich aan zijne taak zou onttrekken door opzettelijk onjuiste voorstelling van ondeskundigheid.
Dit laatste feit zou wellicht strafbaar geweest zijnArt.213o.R.o. volgens het ingetrokken artikel 213 van het Oorspronke-lijk Regeerings Ontwerp: ״Hij, die met het oogmerk om zich aan eenige in artikel 212 3) bedoelde verplichting te onttrekken een niet bestaand feit voorwendt, wordt gestraft met enz.”
1
Prof. D. Simons ״Leerboek enz.5’ Deel II No. 726 en ״Beknopte Handleiding tot het Wetboek van Strafvordering” op artikel 51, 102 en 176.