247
tenzij hij ten aanzien van een der beide punten des- Belang van kundige voorlichting overbodig mocht achten. vrlagstèt
Een van de vraagpunten bij de behandeling in deling. Algemeene Vergadering der Nederlandsche Juristen-Vereeniging in 1911 van ״Den invloed, die aan den psychiater in strafzaken behoort te worden toegekend, was dit: ״Is het gewenscht, dat op de formuleering der vragen, die den psychiater-deskundige zullen worden gesteld, door een psychiater invloed worde uitgeoefend?”
Prof. Simons stelde naar aanleiding van dit vraagpunt in W. 9167 de vraag of ״een psychiater” niet een drukfout was voor ״den psychiater”. Immers : ״Het kan toch niet de bedoeling zijn, dat een ander dan de te benoemen deskundige den rechter over de formuleering der te stellen vragen voorlicht.’ Echter: is het wel noodig de vragen in ieder ander geval anders op te stellen? De vraagstelling behoort zich nauwkeurig te regelen naar de woorden van het artikel over de toe-rekening, in verband met de opvatting van den rechter aangaande den rechtskundigen of geneeskundigen aard van de toerekeningsvraag. In een aantal landen : Enge-land, Oostenrijk, Frankrijk, Duitschland worden steeds dezelfde vragen gesteld. De voorbeelden zijn in sommige landen van overheidswege vastgesteld.
Prof. Van Hamel beveelt het volgende voorbeeld voorbeelden aan. J) 1. Of de beklaagde tijdens het begaan van het feit aan eenige ziekelijke storing der verstandelijke van Hamei, vermogens leed, zoo ja, aan welke. 1) 2. Of die storing opheffend of beperkend werkte op zijn geschiktheid om zoowel de feitelijke strekking als het ongeoorloofde
1
Is ״gebrekkige ontwikkeling” hier opzettelijk weggelaten?