245
Nederlandsche Juristen-Vereeniging in 1911. Het on־ sehe juristen-derwerp ter bespreking was meer algemeen : Over den Vereen1£1ng· invloed, die aan den psychiater in strafzaken behoort te worden toegekend 1). Het tweede vraagpunt luidde :
״Behoort, waar het geldt de vraag, of het begane feit den dader wegens ziekelijke storing of gebrekkige ont־ wikkeling der geestvermogens mag 2) worden toege-rekend de taak van den psychiater
a. zich te bepalen tot voorlichting van de justitie omtrent den aard der storing of der gebrekkige ont-wikkeling en omtrent het verband tusschen deze en de daad, of
b. ook te omvatten het geven van een meening over de ontoerekenbaarheid.
Punt a wordt zonder hoofdelijke stemming beves-tigend beantwoord. Daardoor verviel de noodzakelijk־ heid van een antwoord op de vraag genoemd in punt b.
Mr. T. J. Noyon is van andere meening dan deMr/r.j.Noyon. meerderheid in de Vergadering der Juristen-Vereeniging, waar hij schrijft 3): ״In rechte zal nu, zoodra er twijfel ontstaat, onderzocht moeten worden:
10. of er ziekelijke storing of gebrekkige ont wikke-ling der verstandelijke vermogens was of is,
2°. of die ten gevolge heeft, dat het feit den dader niet kan worden toegerekend.
Ten aanzien van beide punten behoort de rechter zich te doen voorlichten door deskundigen. De rechter blijft, in aanmerking genomen de positie der deskun-
1
Prae-adviezen van Prof. Dr. K. Heilbronner en Mr. Dr.
S. J. M. VAN Geuns.
2
Staat hier opzettelijk ״geestvermogens” in plaats van ״ver-standelijke vermogens” en ,,mag1’ in plaats van ״kan”?