244
Rechter en des- Het is duidelijk, dat het noodzakelijk is, dat de kundige. rechters in geval van twijfel aangaande de toerekenings-vatbaarheid van den beklaagde, zich door deskundigen doen voorlichten. Gelijk het wenschelijk is, dat de rechters zich door deskundigen doen voorlichten overal waar zij een begrip moeten toepassen, waarvan de wetenschappelijke bearbeiding niet in de eerste plaats behoort tot de bevoegdheid van de rechtsgeleerden.
Dr. Cox bedoelde eene vraag te stellen aangaande de verhouding tusschen het oordeel van den deskun-dige en het vonnis van den rechter. Deze verhouding is in Nederland en in de buitenlanden meermalen ter sprake gebracht. Eene nauwkeurige behandeling van dit vraagstuk valt buiten het bouwplan van dit boek Toch mag de vraag niet onbesproken blijven, omdat zij van groot belang is voor de rechtskundige signifiek in het algemeen en voor het leerstuk van de straf-rechtelijke toerekening in het bijzonder.
Bespreking in De verhouding tusschen den deskundige en den het Psychia- rechter is besproken door den rechtsgeleerde Prof. Mr
trisch-Juridisch x _?
Gezelschap. D. Simons en door den zielkundige Prof. Heilbronner in de vergadering van het Psychiatrisch-Juridisch Gezel-schap van 16 Februari 1907.
Prof. Simons meent, dat de taak van den deskundige is den rechter zoo goed mogelijk voor te lichten over het zieleleven van den beklaagde. Het eindoordeel over de toerekeningsvatbaarheid is bij den rechter. τ) De gevolgtrekkingen van Prof. Heilbronner gaan in dezelfde richting.
Bespreking in Eveneens is de verhouding tusschen den deskundige de Nederland-en (jen rechter besproken op de vergadering van de