237
karakter dragen, b.v. wat men vroeger monomanieën noemde, zij deze in verband brengt, met een algemeenen toestand van psychische degeneratie.” *)
Van de verminderde toerekeningsvatbaarheid geeft omschrijving Prof. Van Hamel de volgende omschrijving. 1) ״Oudere <|er^verr«1nder־ schrijvers en oudere wetgevers uit de eerste helft der ningsvatbaar. 19e eeuw gebruikten de uitdrukking tot aanduidingheid· van een psychischen staat, waarin de voor toerekenings-vatbaarheid noodige normale geschiktheid niet ontbrak, doch in zwakken graad aanwezig is.”
Uit deze beide omschrijvingen blijkt het verschil duidelijk. Wij zullen echter zien, dat het verschil toch weder in werkelijkheid niet zoo stellig kan worden gemaakt.
In Nederland is de tegenstelling tusschen de gedeel- Tegenstelling teliike en de verminderde toerekeningsvatbaarheid g־e~tusschen be1de
J ·-> o toestanden.
maakt door Prof. Simons, waar hij de vraag stelt: ״of de ziekelijk gestoorde dader aansprakelijk zou kunnen zijn voor het eene feit, niet aansprakelijk voor het andere.” 3)
Eveneens door den geneeskundige J. van der Kolk in beschouwingen : ״Voldoet de wijze, waarop heden in foro criminali wordt voorzien in psychiatrischen bijstand aan de eischen, die men daaraan stellen mag
1
״Inleiding enz.36 § ״ No. 15. Over de ״eisch der relativiteit'1 Smidt I bldz. 370. ״Verslag van de Tweede Kamer” en Dr. J.N. Ramaer ״Psychiatrische aanteekeningen” bldz. 60 ״Toereken-baarheid der daad”.