zijn voor gelijksoortige toestanden worden zij verward door elkander gebruikt. Hadden wij voor de bedoelde toestanden logische namen, dan zou er geene storende verwarring zijn. De fout is deze: men ziet niet in, dat ,,toerekenen״ niet is een één-persoonswerkwoord, doch een drie-persoonswerkwoord, de naam van eene ver-houding. De gedachte aan eene verhouding beheerscht dus ook de zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die van het werkwoord ״toerekenen” zijn gevormd. Daaruit volgt, dat het gebruik van woorden als ,,verminderd” en ,,gedeeltelijk” bij die zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden onlogisch en verwarrend is.
omschrijving Van de gedeeltelijke toerekeningsvatbaarheid geeft der gedeeltelij-p £ G. A. van Hamel de navolgende omschrijving bij
ke toereke- ö J o J
ningsvatbaar- de behandeling van de zoogenaamde ״eisch der rela-heid. tiviteit” in artikel 37 1). ״Het bestaan van eene zieke-
lijke storing tijdens het feit begaan werd, is naar de formuleering der wet niet voldoende. Zij eischt, dat tusschen de storing en het feit het verband bestaat, waardoor de toerekenbaarheid van dit feit is uitge-sloten. Van rechtskundig gezichtspunt schijnt deze eisch in theorie verdedigbaar. Maar men bedenke, dat de psychiatrie vrij algemeen van de vroegere leer der partieële krankzinnigheid, waarop dan partieële toe-rekeningsvatbaarheid gebouwd werd, is teruggekomen, en dat, ook waar zekere uitingen een scherp bepaald
1