232
Verminderde Een vonnis overeenstemmend met deze opvatting toerekening m js nrewezen door de Rechtbank te ,s-Gravenhage in
de rechtspraak. ö
Geval Vemer. de zaak tegen den beklaagde kapitein Vemer. τ) Door den rechtercommissaris waren twee deskundigen be-noemd, om een onderzoek in te stellen naar de geest-vermogens 2) van den gepensionneerden kapitein K. G. A. Vemer en om daarvan een schriftelijk rapport uit te brengen. De laatste van hunne gevolgtrekkingen was: ״dat. beklaagde onder deze voor zijn ziekelijk bewustzijnsleven bijzonder gevaarlijke omstandigheden, het strafbare feit heeft gepleegd in een toestand, dien wij niet normaal mogen noemen en die hem gedeel-telijk het vermogen ontnam om zijn wil te bepalen en de gevolgen van zijne strafbare handelingen te
van oordeel״ onder de verzachtende omstandigheden. Over de toe-passelijkheid van artikel 463 van den Code Pénal: Dr. Leroy: ״La responsabilité des hystériques״ in ״La Semaine Médicale״ van 1906, bldz. 373.
1) Uitvoerig behandeld door den verdediger Mr. J. Limburg in het ״Tijdschrift voor Strafrecht״, Deel XIII, bldz. 32—94 en door Dr. F. M. Cowan ״Het geval Vemer״ in ״Psychiatrische en Neurologische Bladen” van 1899.
2) In de vragen van de rechters aan de deskundigen en in de ant-woorden van de deskundigen aan de rechters wordt het verschil tusschen ״geestvermogens״ en ״verstandelijke vermogens״ geregeld verwaarloosd. Eveneens in de vraagpunten ״Over den invloed, die aan den psychiater in strafzaken behoort te worden toegekend״ behandeld in de Vergadering van de Nederlandsche Juristen-Vereeni-ging in 1911. Duitsche vertalingen van artikel 37 hebben meestal ״Geisteskräfte״ of ״Geistestätigkeit.״ Zóó Dr. A. Bary in ״Wiener Klinik” van 1905, bldz. 317. Prof. Wagner von Jauregg in ״Monats-schrift für Kriminalpsychologie und Strafrechtsreform” van 1907, bldz. 471, Prof. Von Lilienthal in Jrg. 1908, bldz. 262 en Jrg. 1909, bldz. 415. Voorts : Jacob Israël de Haan ״Taal en Rechts-wetenschap״ in W. 9822.