233
berekenen.” x) Prof. C. Winkler las het verslag der geneeskundigen en hij gaf den verdediger een aantal bezwaren daartegen te kennen. De Rechtbank gelastte
o o
een ״nader onderzoek naar Vemer’s geestvermogens” en droeg dit op aan Dr. F. M. Cowan en Dr. R. M. van Steenbergen. Zij verklaarden, dat de beklaagde lijdende was aan krankzinnigheid. De rechtbank von-niste, dat het strafbare feit, doodslag op twee vrouwen, gepleegd was : ״in een niet-normalen toestand, waar-door echter niet de toerekenbaarheid in den zin van art. 37 Strafrecht wordt buitengesloten, doch welke een milde toepassing der strafwet vordert.” Wegens het voortgezet misdrijf van doodslag werd de beklaagde veroordeeld tot eene gevangenisstraf van drie jaren.
Dat uitdrukkingen als ״verminderde toerekenbaar־ Bezwaar tegen heid” en ״verminderde toerekeningsvatbaarheid” on-de bedoelde
, . , . . .. , 1111 · 1 uitdrukkingen
logisch en onjuist zijn, wordt ook erkend door ziel-bij geneeskun-kundige geneeskundigen. Ik noem er thans slechts twee,di£en· wier geschriften ook overigens door mij geregeld werden geraadpleegd.
Dr. L. S. Meijer schrijft in : ״De psychiatrische expert en de toerekenbaarheid” 1): ״De benaming van ver-minderde toerekenbaarheid is eigenlijk een onding, iemand zou slechts kunnen zijn toerekenbaar of ontoe-rekenbaar, een tusschenweg is niet open.”
En Dr. A. Aletrino : ״Of de mensch is toereken-baar of hij is ontoerekenbaar, een tusschenmogelijkheid bestaat niet.” 3) En elders: ״Partieele ontoerekenbaar-heid is een absoluut niet te verdedigen zaak.” 4)
1
״Psychiatrische en Neurologische Bladen’’ van 1900 bldz. 353.