220
in zijne belangrijke, maar zeer leerstellige, beschouwingen over ״Misdaad en Misdadiger” 1).
Prof.struycken. Men zal wellicht wijzen op de belangwekkende
Afwijkend onderzoekingen van Prof. Struycken: ״Het Rechts-
woordgebruik. e ö
Recht, begrip”.
Moraal. Doch men vergete niet, dat het woordgebruik van
Ethiek. ö
Prof. Struycken afwijkt van het woordgebruik van de meeste rechtsgeleerden en zedekundigen ten aanzien van de woorden ״recht” en ״moraal”. Bijvoorbeeld in dezen hoogst-belangrijken zin : ״Betreffende het doel^ op andere wijze bezien, den grond van recht en moraal als onderscheidingsmiddel van deze beide onderdeelen der ethiek, verwijs ik naar hetgeen ik in den aanvang schreef over de tegenstelling tusschen rechtsphilosophie en algemeene rechtsleer.” 2) Daarentegen maakt Prof. Struycken een scherpe tegenstelling tusschen ״ethiek en rechtswetenschap” op blz. ioo. Nog weder anders is het woordgebruik in dezen zin: ״Onze slotsom is dus deze : bevoegdheid en plicht zijn zelfstandige begrippen, niet alleen aan het recht, maar het gansche gebied der ethiek eigen” (blz. 135).
Dubbele be- Toch schijnt Prof. Struycken op sommige plaatsen
teekems van(je meening■ te willen verkondigen, dat zedeliike schuld
״schuld”. ö ...
een noodzakelijk bestanddeel is van iedere plichts־ overtreding. Aldus blz. 179: ״Naast schuld in modernen
1) In ״Stemmen des Tijds’’ van Augustus en September 1915. Tegenstelling tusschen strafrechtelijke schuld en moreele schuld, maakt Mr. W. Zevenbergen in zijn proefschrift ״Eenige beschou-wingen over het strafrechtelijk schuldbegrip״, bldz 105.
2) Bldz. 48. Prof. de Bussy zal deze woordenkeus wellicht niet goedkeuren. Hij omschrijft de ethiek als de wetenschap van de moraal. ״Inleiding tot de zedekunde״, Hoofdstuk VII en Prof.
G. Heymans : ״De wetenschap der Zedekunde״ in ״De Gids״ van 1899, Deel II, bldz. 485.