219
Wanneer wij de gelijkheid ontkennen van zedelijk oor- Gedeeltelijke deel en strafrechtelijk oordeel, dan ontkennen wij niet, dat fedli^k^rLTi meermalen de strafrechter en de zedelijke beoordeelaar en strafrechte-ten aanzien van dezelfde handeling tot eene gelijk-uJk °ordee1· soortige gevolgtrekking zullen komen. Het zedelijk oordeel en het strafrechtelijk oordeel hebben beide tot voorwerp het karakter gelijk dit blijkt uit het gepleegde feit. Het zedelijk oordeel beoordeelt het karakter naar de mate van zijne zedelijke slechtheid. Het strafrech-telijk oordeel beoordeelt het karakter meer naar de mate van zijne maatschappelijke gevaarlijkheid. Dit is de tegenstelling. Doch anderzijds: de handelingen, die het zedelijk gevoel kwetsen zijn gedeeltelijk de-zelfde, die storend zijn voor de maatschappelijke orde en rust 1). Doch weder: het zedelijk oordeel is niet meer dan zuiver beschouwend en verlangend, maar laat voor straf geene ruimte 2).
Het is merkwaardig, dat men de meening, dat naar geldend Nederlandsch recht de strafrechtelijke aan-sprakelijkheid eene zedelijke aansprakelijkheid is, slechts zelden bij Nederlandsche rechtsgeleerden vindt.
Eene uitzondering maakt Prof. Mr. P. A. Diepenhorst
1
Men kan van ״het” zedelijk gevoel spreken en van ״het” rechts-gevoel, gelijk men spreekt van ״de’ Nederlandsche taal. Geen twee Nederlanders spreken gelijk, noch gevoelen zij zedelijk en rechte-lijk gelijk. Toch spreken zij samen en vormen zij eenen Staat en eene maatschappij.
2
De aard van de Taal brengt mede, dat niets van hetgeen wij zeggen juist is. Ook dit niet. Men zie Prof. De Bussy ״Over het voorwerp van de zedelijke beoordeeling” in ״Tkyler’s Theologisch Tijdschrift”, Deel V.