214
״toerekenen” wijst, gelijk wij zagen, de plaats aan, die elk strafrechtelijk begrip in het geheele gebouw heeft. Overbodigheid Een Wetboek van Strafrecht is dus eene beschrijving van artikel 37. van j1et gekouw der handeling ״strafrechtelijk toe-rekenen”. Daaruit volgt de betrekkelijke overbodigheid van eene wetsbepaling als artikel 37, die eenvoudig zegt, dat geene strafrechtelijke toerekening plaats heeft, wanneer geen strafrechtelijke toerekening kan plaats hebben 1). Daaruit volgt, dat in ieder Wetboek van Strafrecht een dergelijk artikel overbodig is, wanneer het een woord bevat gelijkwaardig aan een woord uit de groep ״aansprakelijk, verantwoordelijk of toereke-ningsvatbaar.”
Geschiedenis Is nu waarlijk artikel 37 geheel overbodig, dat toch van artikel 37. Qp eerste gezicht zoo belangrijk schijnt ? Zou ook zonder eene bepaling als artikel 37 niet de strafbaar-heid uitgesloten zijn van hen, die lijden aan gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing hunner verstandelijke vermogens? Bij de beraadslagingen is aan de nood-zakelijkheid van artikel 37 meermalen getwijfeld ?).
1
Men vergelijke het vroeger gezegde aangaande artikel 1280 van het Burgerlijk Wetboek.