07נ
Mr. W. Zevenbergen erkent, dat de daad moet worden genoemd ״toerekenbaar.” en de dader ,,toe-rekeningsvatbaar.” Doch ter voorkoming van verwar-ring houdt hij zich aan de gelijkstelling van ,,verant-woordelijk” met ״toerekenbaarheid” beide van den dader gebruikt. x)
Juist wordt het onderscheid gemaakt door Prof. J. Domela Nieuwenhuis in een opstel: ,,De zooge-naamde strafrechtelijke minderjarigheid” 1): ״Hare aan-wezigheid maakt den mensch ontoerekeningsvatbaar en die ontoerekeningsvatbaarheid maakt zijne daad eo ipso ontoerekenbaar.”
Juist is ook het woordgebruik van Mr. Levy in zijn boek: ״Het indeterminisme” waar hij ,,toerekenbare schuld’’ den grondslag noemt van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. 3)
In denzelfden juisten zin spreekt Dr. C. J. Wijnaendts Francken van ״toerekenbare schuld״ in een opstel ,,Toerekenbaarheid, gevolg en poging.4 ״) Doch in het zelfde opstel is het woordgebruik van den schrijver voortdurend onvast en verward. Bldz. 234: ״Het schuldig of toerekenbaar geacht worden van den dader.” Bldz. 235 : ״De strafrechtelijke toerekenbaarheid of schuld valt niet samen met de moreele.” En : ,,In speciaal strafrechtelijken zin nu kan men schuld omschrijven als de sociale verantwoordelijkheid voor de begane onrechtmatige strafbare handeling.
1
״Tijdschrift voor Strafrecht״ Deel X. Vooral bldz. 126 en 127.