206
Von Liszt eischt die beide elementen ook bij het burgerrechtelijk delict.” ')
Toerekenbare In het algemeen vindt men het goede woordgebruik !om. bij de beoefenaars van het Burgerlijk Recht. Bijvoor-
beeld in eenen zin als deze: ״Mora is de wederrechte-lijke toerekenbare vertraging in de vervulling eener verbintenis.” 2) Juist is ook het woordgebruik in dezen zin: ״Ontoerekenbare onmogelijkheid om aan de ver-bintenis te voldoen of volledig te voldoen.” 3)
Mr. H. van Goudoever maakt de juiste tegenstelling tusschen ״toerekenbaarheid” en ״toerekeningsvatbaar-heid” als volgt: ״Voor handelingen en verzuimen, die het niet, het niet-behoorlijk, het niet-tijdig praesteeren ten gevolge hebben is de schuldenaar aansprakelijk, als die handelingen en verzuimen hem kunnen worden toegerekend. Noodig is daartoe in de eerste plaats, dat de schuldenaar zij toerekeningsvatbaar.” 4)
Eveneens zeer juist wordt de tegenstelling gemaakt door Mr. H. A. van Nierop in zijn proefschrift: ״Eigen schuld van den benadeelde”: ״Ik geloof, dat men toe-rekeningsvatbaarheid van den dader en toerekenbaar-heid van het gevolg wel kan scheiden.” 5)
1) Bldz. 65. Dezelfde tegenstelling op bldz. 80.
2) Mr. J. Limburg in zijne bewerking van Asser’s Handleiding, bldz. 128. Mr. H. van Goudoever heeft in zijne bewerking het vreemde woord ״raora’’ vervangen door het Nederlandsche woord ״verwijl״ (bldz. 151.)
3) Mr. J. Limburg in zijne bewerking van Asser’s Handleiding, bldz. 105.
4) Over niet-nakoming eener overeenkomst door eenen krank-zinnige: Prof. Simons in ״Themis” bldz. 78. Voorts: Mr. N. K. F. Land ״Verklaring van het Burgerlijk Wetboek” 2de druk, herzien door Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman op de artikelen 1274 en 1401.
5) Bldz. 51. Dezelfde onderscheiding ook op bldz. 49 en bldz. 50.