200
van de samenstellers van het Woordenboek gemak-kelijk voor de juiste gehouden kan worden.
Mr. a. a. de Het juiste woordgebruik is steeds zorgvuldig ver-
Pmto tegen Je^ïgd door Mr. A. A. de Ριντό. Vooreerst in eene
Prof. Rluyver. *י ■
bijdrage ״Ontoerekenbaar” in W. 6173. Na te hebben overgenomen, wat het Woordenboek mededeelt aan-gaande ״Ontoerekenbaar” vervolgt Mr. De Pinto: ״Het is niet veel, maar is het, indien het geoorloofd is dat met alle bescheidenheid te vragen, ook wel ge-heel juist? Een jurist, een criminalist, die prijs stelt
op eenige bepaaldheid en juistheid van uitdrukking
zal niet zeggen, dat een persoon wegens zijn gemoeds-toestand niet toerekenbaar is voor eene door hem ver־ richte daad, maar dat die daad hem niet toerekenbaar is, of hem niet kan worden toegerekend. In dezen zin zeide reeds art. 45 Hoofdst. II Ontw. 1804 ״Ten op-zigte van kinderen nog geen veertien jaren oud zijnde, heeft nog geene toerekening plaats.” Wil de criminalist den toestand uitdrukken, waarin iemand in het algemeen verantwoordelijk of niet-verantwoordelijk kan worden geacht voor objectief strafbare daden, dan neemt hij thans de vrijheid evenals de Duitschers te spreken
van toerekeningsvatbaarheid en ontoerekeningsvatbaar-heid. Zoo reeds de memorie van toelichting van het ontwerp der staatscommissie, waarin dan toch mannen zitting hadden, die prijs stelden op zuiverheid van uitdrukking: ״De toerekeningsvatbaarheid wordt, vol-gens art. 48 van het ontwerp, in de eerste plaats uit-gesloten door bewusteloosheid.”
Dit is een germanisme. J) Mogelijk : maar is het
1) Is dat wel zoo zeker? Welk woord is trouwens zuiver Hol-landsch? Bréal: ״Qu’ appelle-t-on pureté de la langue?‘’ (Séman-tique, bldz. 259.)