IO
had ontwikkeld als eene hoorbare woordentaal, doch als eene zichtbare gebaren-taal. x)
§e־ Wat eene juiste taal beteekent voor eene juiste ge-dachte wordt evenmin voldoende erkend. Dit blijkt uit de vele spraakbeelden, die gebruikt worden om de verhouding aan te geven tusschen taal en gedachte 1).
Taal en dachte.
De Dichter en staatsrechtskundige Dr. N. van Suchtelen noemt de taal: ״de hoogste schepping van den Geest, maar zijn gevaarlijkste”. 3) Prof. N. van Wijk noemt de taal: ״een spiegel van de menschelijke psyche” 4). Al zulke spraakbeelden zijn niet juist en niet ongevaarlijk. Juister is reeds het inzicht, dat taal en gedachte wel te onderscheiden, maar niet te schei-den zijn. Prof. Van Wijk spreekt elders van ״het eigenaardig karakter van ,t psychische verschijnsel, dat taal heet” 5) Dr. J. D. Bierens de Haan noemt taal en gedachte ״tweelingsuitingen des geestes” 2). ge- Maar juist is dit : dat taal en gedachte noch te schei-den noch te onderscheiden zijn. Dat zij één zijn. Het best wordt dit gezegd door Dr. J. D. Bierens de Haan wanneer hij in eene boekbeoordeeling schrijft.... ״en
Taal is dachte.
1
Jacob Israël de Haan ״Taal en Rechtswetenschap” in W. 9790.
2
f 6) ״Een wijsgeerige beweging in Nederland” in het ״Tijdschrift voor Wijsbegeerte” Deel I bldz. 15. ל , J? 1 ·.־. ;