schrijven.1) Zij kunnen daarom wel goede rechtsgeleerden zijn. Maar zij verknoeien de Nederlandsche taal. Niet alleen in hunne wetenschappelijke geschriften. Maar ook in de wetten en de vonnissen.
Twee metaforen zal ik nu bespreken. Beide bekend, belangrijk en misleidend. De eerste: „Het Recht der Werkelijkheid”. De tweede: „Het rechtsgevoel is de
eenige rechtsbron”.
De eerste metafoor: „Het Recht der Werkelijkheid” ia ingevoerd door Prof. Mr. I. Henri Hijmans in zijne in-; tree-rede „Het Recht der Werkelijkheid”2). Dat woord is zijn synthese. Gelijk voor Prof. Krabbe het woord: rechts-souvereiniteit. Ook zijn bijdrage „Geschiedenis der Rechtswetenschap” in het verzamelboek „Geschiedenis der Wetenschappen” eindigt Prof. Hijmans met dat woord. Aldus: „Die weg kan en zal vroeg of laat voeren tot de definitieve verdrijving der scholastiek uit de rechtswetenschap, en tot de zegepraal van wat ik, ruim zes jaar geleden, noemde:
HET RECHT DER WERKELIJKHEID”.
Wat Prof. Hijmans verstond onder „het recht der werkelijkheid” heeft hij in zijne rede niet gezegd. En ver
1
) J, H. van den Bosch in N. T. Jrg. VI bldz. 239 „Juristen en geestelijken schijnen mij 't grondigst bedorven”.