98
kende vertalingen.1) Men moet Jesaja niet vertalen. Maar beleven.
XIII.
Al deze empirische regelen omtrent een goed gebruik van metaforen, worden door een aantal bekende Neder-ladsche juristen doorloopend geschonden. De taal van de Nederlandsche rechtswetenschappelijke geschriften is over het algemeen leelijk en onduidelijk. Ik zal daarvan voorbeelden geven aan verschillende schrijvers ontleend. Niet omdat deze schrijvers nu juist zoo bijzonder slecht schrijven. Maar omdat ik hunne geschriften toch aanhalen moet. Er zijn rechtsgeleerden, die nog veel slechter