97
bare beeldspraak”. De voorbeelden, die hij daarna geeft van „dwaze beeldspraak” zijn overigens dood-onschuldig vergeleken bij de ordelooze horden van metaphoren, die men bij bekende Nederlandsche juristen vindt. En ook terecht schrijft Acket: „Het vergeten der beeldspraak kan tot gevolg hebben, dat iemand dwaze dingen zegt, zonder er zelf iets van te merken; maar hij die luistert en wel oog1) heeft voor de tropen, merkt de dwaasheid”.2)
In emotioneele, intuïtieve taal geldt de eisch van voor-stelbaarheid en realiseerbaarheid van de metaforen niet. Hierin zijn de woorden:
........als werkingen geweldig.
Niet door bewijs, maar door ontroering geldig.”3) Voorbeeld: de taal van Psalmen en Joodsche Profetiën. Wanneer men die niet-voorstelbare en niet-realiseerbare metaforen letterlijk met zijn verstand in Hollandsch gaat vertalen, dan krijgt men eerst recht dwaze en lach wek