„We look to the material for metaphor of the mental”.1) Dat wil zeggen: een aantal metaforen voor psychische begrippen zijn injectief-subjectief. De tweede hoofdwet is omgekeerd: „We look to the mental for metaphors of the material”. Dat wil zeggen: een aantal metaforen voor physieke begrippen zijn ejectief-objectief.2)
Er zijn dus evenveel groepen van metaforen als er zintuigen zijn. Ook het begrip „bewegen” geeft een aantal metaforen en metafoor-achtige beteekenissen.2)
Voor de rechtstaal is dus noodig: bezinning op het wezen van de metafoor. En empirisch-critisch onderzoek van alle metaforen der rechtstaal. Daarzonder is een goed gebruik niet denkbaar.
Enkele richtende regelen omtrent een goed gebruik.
1
) Lady Victoria Welïby „Signifies and Language”, bldz. 46.
2