135
waarde. Het tragisch conflict tusschen het volgen van het geldende1) recht en het leven naar eigen rechtsovertuiging kan zoo hoog loopen, dat de oplossing enkel in eigen geweten is te vinden. On voor waardelijk volgen van het recht kan niet worden verlangd”.
Over den strijd tusschen het persoonlijk rechtsgevoel en de maatschappelijke orde schrijft Prof. Krabbe in „Het Rechtsgezag” bldz. 50: „Men ontsluite voor de critiek wijd open de deur en men zie bovenal niet neer op de daad welke, in conflict met het positieve recht2), uit een hoogeren standaard van recht verricht wordt”.
Deze zin bewijst het gebrek aan signifische bezinning bij onze beste rechtsgeleerden. Het gaat hier om de vraag naar rechtmatigheid of onrechtmatigheid, bijvoorbeeld van dienstweigering uit vrede-lievendheid. En nu antwoordt Prof. Krabbe: „men zie daar bovenal niet op neer”. Dat is geen juridisch begrip: ergens wel of niet op neerzien. De vraag is: recht of onrecht. Daarop moet het stelsel van Prof. Krabbe het antwoord bevatten: is dienstweigering recht of onrecht? Is straffen of niet-straffen van dienstweigeraars recht of onrecht? En ook:
1
) Wat beduidt „geldend” hier? Vgl. het gebruik van dit woord door Prof. Krabbe.