133
welke wijze de minderheid in eene staats-gemeenschap zich naar de meerderheid schikt. En nog minder bewijst die wet, dat de minderheid daartoe rechtens gehouden zou zijn.
De constructie van die gehoudenheid is en blijft de moeilijkste taak van Prof. Krabbe. En de „moeilijke vraag” van Prof. Struycken moet nog voldoend beantwoord worden, deze: „hoe komt men van het verspreide rechtsbewustzijn der millioenen individuen tot éénheid van recht”? Wat Prof. Krabbe schreef in „de Moderne Staatsidee” bldz. 50-51 is een niet-voldoende tooverfor-mule: „Het doel eener gemeenschap kan alleen door eenheid van norm worden verwezenlijkt. Deze eenheid van norm heeft dus fundamenteele waarde; zij bezit de hoogste rechtswaarde, hooger dan de waarde, die de inhoud der norm heeft, omdat de eenheid van rechtsnorm conditio sine qua non is voor de bereiking van het gemeenschapsdoel. Dat doel kan langs verschillende wegen meer of minder goed worden verwezenlijkt, maar volstrekt niet worden gerealiseerd zonder eenheid van norm. Dientengevolge geeft ons rechtsbewustzijn de hoogste waarde aan die eenheid, met prijsgeving, zoo noodig, van een bepaalden inhoud waaraan men den voorkeur zou geven”.