lediger. De grondwet van Prof. Kranenburg is zeer algemeen en zeer stelselmatig onvolledig. Al het individueele is verwijderd.
En ik hecht juist aan het individueele de meeste beteekenis: Als ik iemand liefheb of haat, dan doe ik dat niet, om datgene, waarin hij met alle andere menschen overeenkomt. Maar dan doe ik dat, om datgene, waarin hij van alle of de meeste menschen verschilt. Het alge-meene heeft vooral beteekenis, omdat het bijzondere slechts als het bijzondere van het algemeene wordt ervaren. Het individueele is niet een „storing”.
Eene vergelijking: het is zeker een empirisch-gevonden grondwet van de scheepvaart, dat de schepen drijven. Maar wat zegt nu zoo eene grondwet voor de kennis bijvoorbeeld van de scheepvaartbeweging tusschen twee landen? Niets. Geen enkele practische of theoretische belangstelling wordt door kennis van die grondwet bevredigd.
Zóó is het met de grondwet van Prof. Kranenburg. Misschien niet onjuist. Maar zóó algemeen, dat geen enkele theoretische of practische behoefte door kennis daarvan wordt bevredigd. En zóó algemeen, dat geene bijzonderheden van het rechtsgevoel er door en er aan gekend worden, die wel theoretische en practische behoeften bevredigen.
En, samenvattend, deze grondwet beschrijft niet op