128
Noch het subjectieve, noch het objectieve, kan als entiteit op zich-zelf worden gesteld, vrij van het andere.
Ten tweede: ontbreekt bezinning op de denkbaarheid en signifische mogelijkheid van objectieve rechtspraak en wetstoepassing.
Opzettelijk heeft de wetgever dikwijls woorden gekozen, wier uiterste beteekenis-punten wijd verspreid op het taal-continuum liggen. In zulke gevallen blijft veel overgelaten aan het intuïtief-logisch inzicht van den rechter. Voorbeelden: woorden als: buitensporigheden, goede trouw, overmacht, schuld, dringende, gewichtige en wettige redenen van ontslag, mishandeling, be-leediging. 1)
Maar al koos de wetgever overal woorden wier beteeke-nis-punten het continuum zoo dicht mogelijk indringen, dan nog sloot hij de subjectiviteit van den rechter niet uit. Want invoeging van nieuwe beteekenis-punten blijft altijd mogelijk. Discrete woorden putten het continuum niet uit. Dat wil zeggen: het subjectieve is het subjectieve van het objectieve. En het objectieve is het objectieve van
1