124
rechtsbewustzijn tot rechtsnorm wordt gestempeld”.1) En bldz. 73 „Wat als recht zal gelden, heeft niemand in de hand, omdat er in werkelijkheid geen ander recht is dan hetgeen ontspringt, uit de eenige bron, die in staat is een norm tot rechtsnorm te maken: het originaire rechtsgevoel en rechtsbewustzijn”.
Uit dezen metaforischen zin zou men moeten opmaken, dat Prof. Krabbe het rechtsgevoel beschouwt als „bron” voor den „inhoud” van het recht en niet als „bron” voor de gelding van zekere normen als rechtsnormen. Trouwens: voor symboliseering van de laatste gedachte is het woord „bron” volkomen onbruikbaar.
Samen vattend: men moet niet vragen „wat zijn de bronnen van het Recht?” Maar men moet wel vragen: „Hoe ontstaan de algemeene rechtsnormen en de bijzondere rechtsverhoudingen V’
XVI.
Thans signifische bezinning op een leerstuk, dat voor de nieuwere rechtswetenschap van groot belang is: de vrijheid van den rechter. Ik zal het slechts bespreken voor zoover het in betrekking staat tot significa.
De hoofdvraag deze: „Is het rechtvaardig of maat
1