117
ik heb aangehaald, komt het woord „werkelijkheid” elf maal voor. In de rede van Prof. Taverne komt het veertien maal voor. Leest nu dezen zin (bldz. 3) over het boek van Prof. Duncan „The new knowledge”: „In dat boek is afgerekend met het verleden, doch het heden straalt erin om met zijn glans, zijn lichtbundels en bliksemschichten de nevelen der toekomst te belichten en te doorboren, ja somtijds even er doorheen te breken tot het tooverland der werkelijkheid”. Dit is bombast. En „het tooverland der werkelijkheid” is onzin. Dubbele onzin voor Prof. Taverne zelven, die schrijft: „Is de werkelijkheid, (dit woord nu, evenals hiervoren in den meest nuch-teren zin genomen) iets anders dan de geschiedenis zelf, het eeuwig wordende?” Mag men niet natuurlijk en eenvoudig schrijven? Wanneer Prof. Taverne wil zeggen, dat door de practijk een zijner meeningen veranderd is, dan wordt dat zoo (bldz. 49) „Ik ben echter, na een blik in de werkelijkheid te hebben geslagen, in zooverre van
meening veranderd”......
De gedweeë leerling: den 14den Mei 1918 werd aan de Universiteit van Amsterdam bevorderd tot doctor in de rechtswetenschap de Heer H. M. Vrijheid op proefschrift: „Schuld en schuldverband in het Romeinsche strafrecht”. Promotor was Prof. Hijmans, die blijkens het voorbericht op de gevoelens en de gedachten van den jeugdigen geleerde grooten invloed heeft gehad. En