118
bldz. 1 deze zin: „Ons moderne strafrecht toch is de vrucht van recente wetenschap, in het bijzonder der latere crimineele aetiologie en politiek, met welker ontwikkeling de evolutie van het Strafrecht hand in hand ging en welke ook de Rechtswetenschap op den voet volgde”. Realiseer deze metaforen eens. Wanneer een student van nature zoo schrijft, dan is het niet de. taak van den promotor hem in zijne schrijfwijze te storen. Maar zóó schrijft van nature niemand. Het symboliseeren van deze gedachten zonder metaforen is veel moeilijker. Maar het dwingt tot scherp denken en tot fel en innig zoeken naar het juiste woord. Weg, met uw „afgrijselijke beeldspraak, die aan ’n verfonfaaide duizendpoot doet denken. 1) Weg, met uw vooze en valsche rhetoriek.2) Gij, die de wetenschappelijke rechtstaal dóór en dóór bederft. En die dan klaagt, dat gij elkander niet begrijpt. Leest eens hoe goed de intuïtieve schrijvers symboliseeren. De wiskundigen Brouwer en Mannoury. De Dichters Van Eeden en Van Suchtelen. De taalkundigen Dr. Hoogvliet en Dr. Dèr Mouw. Ook de taal van Prof. Bolland waardeer ik, meer dan Dèr Mouw die waardeert. • Ik denk aan de
1
2
) Over rhetoriek, goede en slechte: Albert Verwey ,,De richting van de hedendaagsche Poëzie”, Th. van Ameide „Een nieuwe rhetoriek”, P. N. van Eyck „Aanteekeningen over rhetoriek” in ,,De Beweging” van Januari—April 1913.