115
bij teekent Prof. Krabbe aan: „Wellicht dat deze formu-leering Prof. Struyeken over de moeilijkheden heenhelpt, om hetgeen hij op p. 11 en 12 uit „de Moderne Staatsidee” citeert te begrijpen”. Wellicht ook niet.
Laten deze schrijvers eens beginnen met hun metaforen te realiseeren. Dat moet mogelijk zijn. Anders deugt de metafoor niet. Want de macht van een metafoor is juist deze: men realiseert de spraakbeelden en ziet dan intuïtief de waarde, die de woorden in het signifisch gelijkgerichte stelsel hebben. 1)
En laten deze schrijvers eens beproeven hun intuïties te symboliseeren zonder metaforen. Of met metaforen uit één en hetzelfde systeem. Dat is niet onmogelijk. Als is het moeilijk. En niet alleen een zaak van schoonheid. Maar ook van duidelijkheid .
Maar een groote moeilijkheid is het, dat zooveel men-schen zulke metaforische bombast nog bewonderen. Zulke zinnen, met hun vervaarlijk hol geluid, lijken nog heel wat. Zooals rhetorische rederijkers-poëzie heel wat lijkt. De vers-gevoelige onderscheidt tusschen goed en slecht. Maar hij kan de rechtmatigheid van zijn keuze niet logisch bewijzen. En zeker niet aan hen, die volkomen ongevoelig zijn. Prof. Hijmans heeft op mijn bezwaren
1
) Lady Victoria Weïby „Signifies and Language”, Hoofdstuk XVI.