113
boven-natuur, een hyperkosmos, ook zal leeren, dat het spreken van een drie-dimensionale ruimte een onbewust-elliptische spreekwijze is, ook zal moeten onthouden, dat al onze wetenschappelijke termen als: „binnen”, „buiten”, „inwendig”, „uitwendig”, „hoog”, „laag”, „streven”, „bereiken”, „kracht”, „energie”, „verband”, enzoovoort, en al dergelijke tot nog toe met misleidende stelligheid gebruikte uitdrukkingen, niets zijn als metaphoren, wat dat zeggen wil, dat kan wellicht alleen de dichter beseffen”.
Ik ga nu het bederf van de Nederlandsche wetenschappelijke rechtstaal bewijzen door aanhaling; van dwaze beeldspraak en van metaforische bombast. Ik kies daarvoor bekende rechtsgeleerden, die geschreven hebben over de grondbegrippen: recht, gerechtigheid, rechtsgevoel, enz.
Van Prof. Hijmans: „Het Recht der Werkelijkheid” bldz. 14: „De aftapkranen voor de bron zelf te hebben aangezien, over die kranen en‘ hun voorrang te hebben gestreden inplaats van zich te spiegelen in de zuivere bron der feiten zelve, ziet geachte hoorders, dat is een fout van vele geslachten van juristen geweest!” Dit is van Prof. Hijmans de gewone schrijftaal.
Van Prof. Kranenburg: „Over de noodzakelijkheid eener rechts- en staatsleer op psychologischen grondslag” in T. v. W. Jrg. VIII bldz. 401: „Met de volledige erken-
8