Veel later zal in het leven van Jacab Israël de Haan het schuldgevoel zich steeds duidelijker gaan projecteren op religieuze ervaringen, eeuwige twijfel naast voortdurende onrust.
Wat wacht ik in dit avonduur, De Stad beslopen door de slaap, Gezeten bij den Tempelmuur: God of den Marokkaanschen Knaap?
De menschen hebben lust en leed gescheiden. Maar God houdt hen als dag en nacht te saam. Ik ken de lust - Ik ken het hevig lijden. Ik loof Gods éénen Naam.
Ik heb onder mijn wilde drift geleden, Tot ik het wist: ook de zonde is van God. Mijn wellust en mijn wankele gebeden: Het is één lot.
Het afstand nemen van de ״zonde" maakt Pathologieën principieel tot een ander boek dan Pijpelijntjes. Toch kan ik het niet helemaal eens zijn met de opvatting van dr. Jaap Meijer die in zijn studie De zoon van een gazzen (1967) schrijft dat Pathologieën formeel het tegenovergestelde verkondigde van Pijpelijntjes en dat de tweede roman daardoor veel minder stof deed opwaaien dan de eerste. Een andere benadering behoeft niet expliciet een tegenovergestelde te zijn. Die andere benadering hangt samen met een ontwikkeling die zich in De Haan zelf voltrok, al betekende dit niet een loslaten van zijn eerdere gevoelens. Dat Pathologieën minder stof deed opwaaien dan Pijpelijntjes mag naar mijn gevoel ook niet hieruit worden verklaard; er was voor een rel gewoon minder aanleiding. Voor de lezers moet Pathologieën zelfs schokkender zijn geweest, omdat hierin duidelijker dan in Pijpelijntjes sprake is van sadisme.
Uit het toenemend schuld- en zondebesef bij De Haan moet ook de titel van zijn roman worden verklaard. Pathologie wijst op een ziekteverschijnsel en dat houdt ten aanzien van de in deze roman beschreven verhouding een stellingname in.
Het verhaal speelt deels in Culemborg (De Haan hanteert een oudere spelling Cuilemburg), deels in Haarlem. Beide steden kende
226