Pathologieën

Titel
Pathologieën

Jaar
1908

Druk
1975

Overig
herdr 1975

Pagina's
239



overigens als dichter gemaakt; in 1900 en 1901 verschenen reeds verzen van hem in Nederland en in De Gids. Jeugdwerk dat over het algemeen genomen van weinig betekenis is en door K. Lekker-kerker terecht niet werd opgenomen in de twee delen Verzamelde gedichten van De Haan die hij in 1952 bezorgde.

Pas omstreeks 1909 begint De Haans dichterschap zich te ontplooien met zijn Liederen in de vijfde aflevering van de jaargang 1909 van De Beweging, nadat hij al vanaf 1905 regelmatig bij Verwey aan de bel had getrokken om werk in diens tijdschrift geplaatst te krijgen. Men kan naar grote lijnen gerekend zeggen dat tot en met de verschijning van Pathologieën De Haan als prozaschrijver belangrijker is dan als dichter. Waarom koos De Haan tenslotte voor het dichterschap? Zag hij dat hier zijn beste mogelijkheden lagen, vond hij in het vers een hem beter passende uitdrukkingsvorm of werd hij zo door zijn wetenschappelijke en journalistieke werk in beslag genomen dat voor werk van langere adem, in casu een roman, hem de tijd ontbrak? Gebrek aan ambitie kan het niet geweest zijn, want De Haan was ambitieus.

De problematiek die De Haan in Pijpelijntjes en ־Pathologieën aansneed, heeft hem in ieder geval niet losgelaten. Men hoeft er zijn verzen maar op na te lezen, vooral de bundel Een nieuw Carthago (1919). Wel had hij in 1907 aan Herman Robbers geschreven ״Ik heb mijn aanstaande vrouw, die dokter is, beloofd geene ״Pijpe-lijntjes-achtige" literatuur meer te maken en die belofte heb ik willen houden". Hij voegde daar echter aan toe: ״Welnu, daar ben ik zoo ziek van geworden, dat zij zelve reeds heeft gezegd, dat ik schrijven moest naar behoefte." In diezelfde brief typeert hij ook zijn verhalen als ״gruwelijk of onzedelijk" en ״Ik kan niet anders. Al moest ik op de plaats dood blijven."

De opmerking over de belofte van zijn vrouw, doet misschien wat vreemd aan als men bedenkt dat een jaar later toch Pathologieën verscheen. Maar deze roman was al veel eerder geschreven. Hoewel ik gegevens hierover niet heb kunnen achterhalen, meen ik te mogen aannemen dat De Haan direct na Pijpelijntjes aan Pathologieën is begonnen. Bewijs hiervoor is te vinden in de correspondentie met Frederik van Eeden. Reeds vanuit Haarlem, waar hij de Rijkskweekschool voor onderwijzers bezocht, had Jacob de Haan in 1899 contact gezocht met Van Eeden, wiens Walden-experiment en sociale betrokkenheid de jonge socialist aansprak. Uit corresponden-

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.