feld .. . met René ... en de twee oude menschen hier.
Johan snikte, want hij zag alleen den weg naar den dood, terwijl het leven hem zoo lokte.
27.
Johan had besloten, dat hij sterven zou. Na dit besluit schreef hij eenen brief op voor René:
״René, ik zie, dat je mij geenen beteren uitweg open hebt gelaten, dan naar den dood.
Ik smeek je, dat om de wil van mijnen vader, dien ik boven dood en leven liefheb, het boek, dat in je bezit is, niet zult verspreiden over het geheele land, maar dat je het vernietigen zult,
Hans."
28.
Johan had het kostbare kunstvolle gouden doosje in zijne hand genomen. Hij opende het. Hij zag het witte giftige zout. Zijne oogen waren groot van angst. Hij was duizelig.
Met eene snelle beweging wierp hij het vergif in mond en keel.
Hij gaf een enkele gil. Alsof hij van binnen door bliksem verslagen was viel hij dood neder.
217