wil ik ook niet... en als je mij niet met rust laat, dan vermoord ik mij."
Hij zeide verder snel:
״Ik heb zoo iets nooit gezegd, omdat ik het niet meende... maar nu zeg ik het je vooraf, en ik doe het ook."
René antwoordde gerust:
Je moet zelf weten, wat je doen wilt... ik wil je allerminst dwingen tot een leven van ellende, dat je te wachten staat... als ik goed ben ingelicht, heb ik jou vroeger ook wel eens met zelfmoord bedreigd ... ik geloof niet, dat ik het ooit gemeend heb ... want ik zei nooit dingen, die ik meende ... en ik ben bang voor den dood ... je moet het zelf weten."
״Je schijnt er zelfs bijzonder op gesteld."
״Och," zeide René schouderophalend, ״wat zal ik je daarvan zeggen . . . Golesco heeft zich om mij verdronken . . . dus geheel nieuw is zoo iets voor mij niet... maar het is toch ook wel weer belangwekkend."
23.
Zij spraken verder niet. René las in het buitengewoon kunstvolle boek, waarin hij zijne verhoudingen met Johan beschreven had. Jo-han zag René wel zitten, maar het drong nu niet in zijn verdofte gedachten door tegen dien man een woord te spreken of eene daad te verrichten.
René zeide nederig en smekend:
״Hans, je kunt nu leven, zooals ik wil of doodgaan, zooals jij wilt, maar ik bid je: verdrink je niet. Dat is het laatste, wat je voor mij kunt doen . . . misschien wordt je lijk dan heelemaal niet gevonden ... of in eenen gehavenden toestand ... en dat zou toch verschrikkelijk voor mij zijn, want ik heb je zoo lief en zoo mooi gekend. Ik zeg niet, dat je je vermoorden moet... maar als je het doet, doe het dan met cyankalium, dat werkt als de bliksem zoo snel, en je lijk is zoo mooi, Hans, net of je leeft en zoo gerust en gelukkig slaapt, alsof je bij je goeden vader was, en alsof je mij nooit hadt gekend."
René kuste Johan, zeggend:
״Wil je dat doen Hans? Dan zal ik de cyankali even halen."
215