״Wat moet ik doen, dat jij die schandelijke en gevaarlijke boeken vernietigen zult..."
״Heel goed," antwoordde René, ״laten we de zaak als kooplieden afdoen en daarna weder samen gaan leven .. . vernietigen wil ik die boeken niet... ik vernietig veel liever jou, maar ik zal ze niet uitgeven, zoolang jij rustig bij mij buiten dit huis gaat wonen in eenen toestand van volkomen afhankelijkheid."
״Maar René," zeide Johan stikkend, omdat hij geen raad zag: ״ik zeg je toch, dat ik naar Italië moet gaan, naar mijn vader . .. je kunt wel eischen dat ik mij vermoord."
״Dat zal ik misschien later doen ... dat weet ik zoo vooraf nog niet. Maar nu laat ik je één enkele keus, en dat is deze: of je schrijft dadelijk aan je vader, dat je niet naarltalië komt, of ik zend morgen die boeken rond, daar behoef je niet aan te twijfelen."
Johan snikte radeloos van pijn:
״Was vader maar hier .. . wat ben jij toch harteloos en wreed."
״Dat hoop ik ... en dat is juist de reden, dat ik behouden blijf en dat jij ondergaat."
21.
״René," smeekte Johan nietig, ״ik bid je: mishandel mij zoo niet. . . hoe kan ik nu ineens aan vader schrijven, dat ik niet naar Italië kom . . . dat kan ik niet... als ik het doe zul je zien, dat vader naar Holland komt... ik bid je: vraag niet het onmogelijke van mij ... geef dan in godsnaam dat boek maar uit."
״Heel goed," zeide René, ״dan is tenminste al mijn tijd en al mijn geld niet nutteloos besteed ... ik denk, dat men na dit boek mijnen naam als kunstenaar van Holland niet weer vergeten zal, en dat is mij ook wel wat waard... ik houd van Holland, want het is nog altijd de tweede koloniale mogendheid en de menschen verliezen hier voortdurend veel geld in Amerikaansche spoorwegwaarden."
22.
Johan beheerschte zich:
״Je kunt je sarren verder laten . . . luister goed: de uitgave van dat boek, dat onzen naam tot eene maatschappelijke schande maakt, wil ik beslist niet beleven ... aan mijnen vader schrijven, dat ik niet bij hem kom, en dat hij ook niet naar Holland moet komen, dat
214