doen is het mij goed... liever had ik het natuurlijk gedaan, want het is eene gewaarwording, die ik nog niet kende."
Johan was machteloos. Hij wist nu zeker, dat hij weder in de macht van René kwam.
17.
René vervolgde vriendelijkerwijze betoogend:
„Maar je begrijpt wel, dat mij dat niet voldoende is ... jij liegt altijd ..., jij bent de eenige mensch op de heele wereld, die zegt, dat hij liever liegt, dan de waarheid spreekt... ik heb jou nog nooit op eene waarheid betrapt... dus tegen jou leugen-liefde heb ik mijne maatregelen genomen."
„René," zeide Johan gillend van woede, „ik wil jou onzin niet langer aanhooren ... ga heen, en doe tegen mij, wat je niet laten kunt... ga heen."
„Nee," zeide René zachtzinnig, „hoewel ik mij door jou uitval zeer gegriefd voel, zal ik in je eigen belang bij je blijven, en je precies vertellen, wat ik van plan ben te doen. Ik heb jou nog nooit op een waarheid betrapt en mij nog nooit op eene leugen ... dus, wanneer ik niet lieg, dan kun je mij volkomen vertrouwen. Kijk hier."
18.
René liet aan Johan een boek zien, dat gebonden was in een band, die uitgewerkt was in de twee kleuren: kobaltpaars en donkergoud.
„Je moogt het gerust zien," zeide René vriendelijk, „en als je dat prettig vindt, mag je ook woedend worden en het verscheuren . . . dit is het preciese verhaal van onze verhouding door mij opgeschreven in proza, dat een namaak van jou beroemd geworden proza is. Weet dus nu goed, wat je doet: als je het waagt van mij weg te gaan, dan wordt dit boek in duizenden en duizenden nummers over het geheele land uitgedeeld. Dat heb ik er voor over om jou aan mij te onderwerpen .. . dus je behoeft niet te vragen, of ik veel van je houd. Ja, kijk het maai eens in . .. het is prachtig van uitvoering . .. mooi oud Hollandsch papier . . . portretten van ons tweeën door mij gemaakt... en teekeningen naar heerlijke herinneringen, die ik van de scherpste oogenblikken van ons samenleven heb .. . daarbij zijn de onbekende prenten van Aubrey Beardsly nog jongensspel."
212