het loopen moeilijk maakte. Zij zat altijd in eene lage bruine kamer onder den dijk gebouwd. Hare handen waren werkeloos, want die schudden voortdurend. Zij staarde met doffe oogen in hare troebele verte, naar den molen, waarvan zij alleen nog maar kon bemerken of die stilstond, of, dat die maalde.
De derde van het gezin was eene dochter, eene groote en zeer werkzame vrouw in het huis.
12.
Johan woonde tot aller volkomen tevredenheid daar binnen. Hij was zelf ook tevreden. Want hij werkte gelijkmatig voor zijn examen, en dikwijls wist hij volkomen zeker, dat hij voor goed van René af was.
Het verlangen naar zijnen vader was in zijn hart zoo sterk, dat het dikwijls snel kolpte. En Johan was gelukkig, doordat hij na eenige weken bij hem zou zijn, in een land in steden, die rijker dan geheele landen waren.
Johan schreef zijne vader vele brieven, maar over zijne verschrikkingen met René schreef hij hem niet. De vader van Johan schreef op eene gelukkige wijze terug.
Ook van mevrouw Riemersma kreeg Johan brieven. Zij schreef daarin, dat zij niet wist, en haar man wist het ook niet, wat er gebeurd was tusschen René en Johan. Zij wisten ook niet of er in de tegenwoordige dagen nog iets met hen tweeën gebeurde.
Mevrouw schreef ook, dat René na het vertrek van Johan voor-deelig veranderd was, want hij dronk niet meer op een merkbare wijze. En hij werkte geregeld, alsof zijne dagen met veel werk bezet waren.
Van René zeiven kreeg Johan geene berichten, en dat was voor hem onaangenaam, omdat hij nu dikwijls daarvoor vreesde, dat hij niet van René af was. Rustige werkzame stilte van René werd door Johan beslist toen niet vertrouwd, al wist hij onmogelijk feitelijkheden, waarop zijn wantrouwen bevestigd was.
13.
Het geluk en de gezondheid van Johan werden zoo sterk, dat hij weder de behoefte gevoelde, welke zoo nameloos heerlijk was, wan
209