dan ging hij naar Westzaan, dan naar zijn vader naar Toscane, dan met zijnen vader naar Cuilemburg naar huis.
42.
Toen mevrouw, verward van gevoel, aan Johan vertelde, dat en wat zij met René gesproken had, zeide Johan, dat René ruim genoeg in zijn recht was. En dat het zeker hoogst onaangenaam was voor René, dat hij op deze wijze eene woning verlaten moest, waarvan het gemis hem zeer zwaar zou vallen. Johan zeide ook, dat het te zijnen gunste niet nodig was, dat René wegging, want immers ging hij zelf naar Westzaan, Toscane en Cuilemburg naar huis om daar te blijven.
43.
Op die wijze bleef René in de woning, waar Johan nog de genezing van de wonden van het gezicht afwachtte. De samenleving was toen matmoedig, want zij waren nu met hun vieren moedeloos geworden.
Johan lette het meest op den levenstoestand van René, dien hij medelijdend genegen was. René was snel vervallen, die voortdurend verder viel. Hij nam weinig voedsel tot zich, maar hij dronk zeer veel absinth, zoodat hij op zichtbare wijze dronken door de straten van de stad ging. Op eenen dag kwam hij aan het huis, bewusteloos van dronkenschap, als de belachelijke smaad- en schandjongen van een troep oude en jonge menschen uit de straat.
Johan leed daardoor diep, maar gedachtig aan zijn eigen doods-gevaarlijk leed, beheerschte hij zijn medelijden met René zóó, dat hij hem niet naderde en aanraakte. Maar daarvoor moest Johan vele krachten van zijnen valbaren geest gebruiken. Hij leed om de ellende van René, wiens dood niet lang na het begin van zulk eene wijze van leven volgen zou.
44.
De slag van de wonden van Johan was genezen, zoodat zijn gezicht zich had hersteld zonder veel zichtbaar geblevene schade, zoodat hij naar de menschen te Westzaan kon gaan. Hij durfde niet te
201