Mevrouw was niet rustig, want Johan was dien morgen opnieuw niet naar zijne school gegaan. En zij wist zeker, dat zij diep in den nacht geluid tusschen de kamers van René en van Johan had hooren loopen.
Johan kwam binnen, vol van schaamte voor zijn gewond gezicht.
Mevrouw vroeg schreiende, smeekende, wat er dan toch in hun huis gebeurde. Het gezicht van Johan was aan stukken geslagen, en door niemand anders dan door René. Maar dan was die heelemaal gek, en zij wilde hem beslist niet langer op hunne woning houden. Tegen zulke ontzettende dingen was haar gevoel van eene roeping jegens René niet bestand.
De blinde sprak met stiller, weiniger woorden tegen Johan. Hij zeide, dat hij niet wilde indringen en vragen, maar hij zou René wel vragen, ergens anders te gaan wonen, want zoo waren het onverdraaglijke gebeurtenissen. Hij zeide niet, dat Johan naar eenen heelkundigen geneeskundige moest gaan omdat hij begreep, dat dit onaangenaam was. Daarentegen gaf hij aan Johan goede raad op, om de genezing van de wonden op zijn gezicht te bevorderen.
40.
Johan kon niet uitgaan voor de slag van zijn gezicht verbeterd was. Hij bleef nu maar met hoop op spoedige beterschap in de woning, zoo wat lezende, en zoo wat werkende, maar meestal te droef-moew voor werk en les. Uit de woning aan den dijk tusschen Westzaan en Nauerna kreeg hij eenen brief, dat hun thuisligger was weggegaan, die eene mooie kamer had bewoond, die Johan nu huren kon.
41.
Nadat zij gezien had, dat René het gezicht en eene hand van Johan had stukgeslagen, zeide mevrouw Riemersma tegen hem, dat zij niet langer wilde, dat hij in hun huis woonde.
René vernederde zich zwakwillig. Want hij zeide, dat hij zich liever vermoordde, dan in een ander huis te gaan wonen, omdat hij aan het hunne zoo zeer was gehecht. Ook klaagde hij, omdat hij uit hun huis heenmoest, omdat hij Johan precies gegeven had, wat Johan toekwam. En die jongen bleef nog slechts enkele dagen, want
200