den koetsier Gerard. Aan de verwarring dier niet-mogelijke droo-men, herkende Johan van verre de aanstaande verwarring van zijn verstand. Hij dacht met matte weerloze wanhoop: ״ik gevoel het aankomen, dat René mij krankzinnig maakt en ik kan er niets tegen doen.״
Hij durfde niet naar eenen zielkundigen geneeskundige gaan, uit innige schaamte niet, en uit genegenheid tot René niet.
24.
Hij verloor in dien tijd soms zijne wetenschap van tijd en plaats. Hij had een volkomen gevoel van inspanning in zijn hoofd, dat zwaar was, droomerig. Op sommige dagen was hij de kennis van de stad en hare straten kwijt. Hij ging van huis met het volkomen juiste en bewuste voornemen, dat hij nu naar school zou gaan. Maar het voornemen viel uit zijne hersenen weg, zoodat hij zonder voornemen en zonder besef langs afgeweken wegen liep. Tot hij met schok en schrik veranderde, en aan de zeer verwaarloosde school dacht.
Zijn hoofd voelde ontspannen en hij had heldere vrees voor krankzinnigheid, die nabij was geweest.
25.
Gedurende eenen middagschooltijd verloor Johan het bewustzijn van zijn leven. Dat verlies viel voor onder eene ingespannen herhalingsoefening, die gegeven werd door eenen onderwijzer, die zeer voldoende orde had. Hij zat daar mee aan, Johan, met bleeke, bolle oogen, afgesuft na eenen slapeloozen nacht, na avond van mishandeling.
Hij had voortdurend het gevoel, dat eene breede hand op zijne oogen lag.
Johan, vaag in droomtoestand, hief zijne smalle, schuddende hand naar zijne oogen, om de breede hand weg te leggen. Hij kreeg toen eenen doffen slag dooi zijn hoofd.
Johan viel zonder kennis achterover met een gil, die afbrak en smoorde in zijne keel. Zijn gezicht was bleek-groen als dood en oud vleesch.
192