keurig pijn doe."
Johan zweeg daarbij min en vernietigend, want hij was bang René tegen te spreken, want hij moest het huis uitgaan als René dat wilde, omdat hij zoo volkomen afhankelijk was van René.
Die klaagde soms zeer bedroefd, dat hij zooveel van Johan hield, dat hij het heerlijk vond, dat hij hem martelde.
12.
René had in eigendom een hoeveelheid van eene oplossing van azijnzure natrium. Hij kleedde Johan soms uit, zoo naakt als hij geboren was, en veegde met een penseel, zorgvuldig alsof hij een kunstwerk schilderde, van de oplossing heet gemaakt over de huid van Johan. Wanneer de oplossing afkoelde kristalde de azijnzure natrium daaruit en ontwikkelde daarbij eene warmte, die de huid van Johan en het vleesch daaronder zachtaardig kookte. Deze marteling duurde uren. René zat er droefgeestig naar te kijken, hij zeide, dat hij al de pijnen van Johan op eigenaardige wijze medegevoelde, en dat er geen heerlijker vreugde was dan een uiterst sterk verdriet.
Het geheele lichaam van Johan werd aan de oppervlakte zóódanig vernield, dat hij zijne dagelijksche kleederen daarop niet verdragen kon, en 's nachts kromp hij rond om zich zeiven van brandende pijn.
René zeide eens: „je denkt geloof ik, dat ik alles met je doe, waar ik zin in heb. Dat is niet waar ... ik zou bijvoorbeeld graag je gezicht en handen willen vernielen, en dat doe ik niet, omdat ik zoo veel van je houd ... en ik wil niet, dat je met zulke wonderlijke wonden loopen zoudt, waarnaar iedereen zou vragen."
13.
Johan dacht aan zelfmoord, want hij dacht, dat de dood beter was dan dit leven en deze schande. Zijne gevaren werden na het eindexamen vermeerderd. Want René had aan Johan gezegd, dat hij niet zou toestaan, dat Johan zonder hem naar Italië naar Toscane naar zijnen vader ging. Wanneer zijn vader dan naar Holland kwam, zeide René, dat hij precies aan hem vertellen zou, hoe zij samen hadden geleefd, liefgehad en geleden. René zeide, dat hij het zeer slecht van Johan vond, dat deze zoovele diepe dingen voor zijnen
186