leven, dan gaat de goede altijd onder ... en daarom zul je ten slotte aan je liefde voor mij ondergaan ... en het is voor mij voordeelig, dat het leven nu eenmaal zoo is."
René raakte den jongen Johan niet opnieuw aan, dien hij verliet.
Johan sliep onmogelijk. Hij keek naar het licht van den witten nacht, waaruit de morgen begon te bloeien. Hij wist niet, waarom hij René had ontmoet, door wien hij onderging.
19.
De dagen na dien nacht waren standvastig vol van mishandelingen. Het gave lichaam van Johan was op velerlei plaatsen gewond geworden. Zijn zenuwen braken. Johan was onderworpen aan René, zonder verzet.
179