niet thuis en even dikwijls volgde op zijne sterkte een diep-droef, diep-vermoeid gevoelsleven, waardoor hij doelloos verviel, zwak werd.
Nadat Johan op eenen Woensdag in het huis in de huiskamer kwam, zag hij daar ook René. Hij was daarover zielsdiep verheugd, want hij gevoelde innig, dat hij nu sterk was, dat hij René kon weerstaan en aanvallen.
René begroette Johan als een vreemdeling, zoo ook Johan begroette René. Verder zette deze zijn gesprek met den blinde zachtmoedig voort. Johan wist toen niet, wat hij in deze omgeving doen zou. Hij gevoelde zich kil, waarom hij naar zijne eigene vrije kamer ging. Hij dacht: ״welke invloeden heeft René toch op ons drieën, dat wij hem zoo dikwijls weder aanvaarden en veel vergeven? Mevrouw heeft hare roeping te zijnen gunste ... ik heb mijn geheim, maar de oude witte man, wat heeft die met hem, dat hij hem voortdurend duldt?"
Johan werd moew; hij dacht vaag in de angst: ״als René nu maar niet komt met geweldvolle woorden of daden, want ik ben duizelig, wee van moewheid, terwijl ik thuiskomende zoo sterk was."
8.
René hield dien dag van aankomst en wederzien stil, en zoo ook de volgende dagen hield hij stil. Dus leefden Johan en René als beleefde vreemdelingen in eene woning. Van die stilte werd Johan moew, omdat hij nu zijne opgewekte woede tegen René niet uiten kon. Hij werd bevreesd voor de verborgenheden, die René onder beleefde stilte weghield. Dus werd Johan afgemat gemaakt. Diep-rillend ontrust dacht hij: ״wat wil die man dan toch ... zijn leven tegen mij is van aard niet zoo stil, als hij stil doet.. . waarom beweegt hij ons niet... dit is ondragelijker dan zijne ruwheid ... hij maakt mij nog gek!"
Eenmaal brak Johan door dit wildvreemde zwijgen. Hij zeide hardop tegen René, dien hij tusschen hunne kamers tegenkwam:
״Heb jij me niets te zeggen?"
René antwoordde niet met eene beweging of met een woord zelf. Hij hield hunne dagen krankzinnigerwijze stil. Daarom verviel Johan snel en fel af. Die niet meer naar school kon, maar onzalig, ellendig verdaan, ingekamerd thuis bleef. Midden in een nacht van licht en
172