ik je die vriendschap geven kan, ofdat ik ze wederkeerig van jou ontvangen kan. In het algemeen is een groote vriendschap zeker een groot geluk.
Het doet mij genoegen, dat je ten slotte aan mevrouw Riemersma schrijven zult. Je hadt dat reeds belangrijk eerder behooren te doen.
Beste groeten,
Hans."
Johan dacht, of zijn brief dan nu wel goed was, en daarna schreef hij er bij:
„Ik ben bereid je dezen aanstaanden Zondag te schrijven, hoe ik gevoel, dat onze verhouding het beste geregeld wordt.
Hans."
9.
Men vroeg in het huis van Johan niet naar de reden van de laatheid van zijne thuiskomst. Mevrouw was druk en was blij met brief, dien zij van René had. Ook had hij haar Engelsch steenwerk meegezonden van klinkklare kleur. Het was een aardewerksche kan, slank, waarbij twee slanke melkbekers behoorden. Het steen was uit de kunstvolle hand beschilderd met dravende kippen op een grasveldje. Er waren drie harde kleuren op gezet, zwart, rood en groen. Die waren in het algemeen voor Johan onverdraagzaam te samen, maar op dit aardewerk verdroegen zij elkander op eene uitmuntende wijze. Hij bewonderde dus de keuze van deze voorwerpen van René, en hij werd hem dus op zwakke en toegevende manier genegen. De vrouw, blij met hare sierige dingen zei, dat zij het kippestel noemde van kippekan en kippebekers. Zij zeide ook, dat het wellicht veel beter was deze beschilderde stukken niet geregeld te gebruiken om de fijngevormde kleuren niet af te vegen. Hoewel het waar was, dat de verf stevig genoeg onder verglaassel bewerkt stond, en dus niet door water werd bereikt. Toch was het beter zulke moeilijk-vervangbare voorwerpen te besparen.
Voor den blinde zei Johan hoe de kleuren precies waren van gehalte en van vorm. De oude man voelde de eenvoudige bouw der voorwerpen voorzichtig met zijne vingers aan. Hij streek met oude fijne handen over de bovenlijnen van de slanke kan van glasglad aardewerk.
Zoo deed hij altijd: vragen naar de kleuren en gevoelen naar de
127