PIJPELIJNTJES
- Nou, evengoed kan 't immers over 'n jaar wel met Toon uitzijn... er is nou helemaal geen vastigheid meer.
- Nee... nee... met Toon zal 't wel blijven... dat zal je zien... dat is je sentiment.
Sam was gestorven. Heel simpel en simpel. Die dag, dat ik 'm weg had gebracht, was hij ziek geworden en de volgende dag kon hij niet weggaan. En weinig dagen lag hij maar. Heftige longontsteking schepte zijn afgeslapte kracht helemaal uit. En dat voelde hij wanhoopwentelend in zijn omgewoelde bed met als laatste hartstocht nu nog zijn verlangen naar zijn buitenthuis en zijn meisjesgeluk. En dat zei hij mij het laatst:
-Joop... ik voel wel, dat ik dood ga... jij weet 't ook wel... vroeger kon 't me niet schelen... maar nou wel... nou wel... ik wil zo graag leven blijven... God Joop... nou zie ik alles voor me... ons huis... onze kinderen... dat heb ik nooit zo verlangd, dat weet je wel... maar nou wil ik 't... nou wil ik 't... Joop en jij krijgt 't... dat vind ik zo beroerd... God kon jij maar dood gaan... 't kan jou toch niet schelen... en ik wil zo graag leven...
Maar de sterke ziekte lamde hem goed neer zwakjes, dat hij niet meer klagen kon luiduit en krampkreunend moest hij liggen in 't ellendige koortsbed diepgezonken in de klamme woel-plooien. En lange dagen bleef ik bij 'm lijdend zijn onduurzieke1 onrust. En bedroefd klaagde hij:
- Doe de gordijnen open... waarom gun je me de zon niet... je zal zelf nog zo vaak zon zien, waarom gun je mij dan niet nog een paar dagen zon... waarom gun je me dat niet.
Maar openzonnige ramen hinderden hem en dan zwakraasde hij weer:
- Doe toch die gordijnen dicht... ik wor toch niet weer beter... laat de zon nou ook maar weg... ik weet wel, dat jij de
i. Iets als: stervensziek
235