pijpelijntjes
Juffrouw Meks klopte.
-Ja, kom u maar hier.
- Gut, bent u nog niet op... zal 'k strakkies maar even terugkommen?
- Nee... gaat u maar op die stoel zitten... ik moet u eris ernstig spreken.
- O, dat kan... d'ris toch geen kwaad bij?
- Nee, luister u maar.
En helder praatte ik m'n praatjes op, druk over haar kleine te-genspattertjes van goedfatsoen en netheid heen, tot ik prettig vond zo te doen en 't luchtig in mij blijdschapte van je doet er Sam een plezier mee.
-Ja, kijk u nou deris, u verhuurt d'r 't kleine kamertje bij, dat 's voor u toch ook weer 'n gulden of zes meer, laten we zeggen omdat u 'n juffrouw krijgt, die altijd in huis is, acht gulden, nou en wat 'n werk spaart 't u niet, de juffrouw houdt ons natuurlijk heel met wasgoed en in allen gevalle m'neer Sam rekent d'r op dus ik zou u vast raden 't maar te doen.
-Ja, u praat maar makkelijk, en as 't nog maar enkel an mij lag, maar u weet zelf hoe de mensen zijn, m'n vorige m'neer ook nog, die had ook eerst 't kamertje alleen, en die heb ik ook moeten opzeggen, omdat-ie d'r 'n juffrouw bij wou hebben...
- Toe zeg, kulkal u nou niet langer, 't is zo afgesproken as ik zei... ja, of u nou nee schudt, dat meent u toch niet... hé, daar zal je ze net hebben... ze zouën dadelijk terug zijn.
Dieper dook ik even rillend onder de deken, Sam en zij waren binnen.
- Kommen jullie maar even hier... ik ben nog niet opgestaan.
- Tonia... dat is nou Jopie... Jopie ze heet Tonia.
- Zo, dat is goed.
Het was nu heel licht in 't alkoof... jezes, wat zag die Sam d'r beroerd uit... door z'n bruin gezicht tederzieke bleekheid
219