pijpelijntjes
ik heb d'r in 't gasthuis ontmoet... en toen zijn we zoveel van mekaar gaan houën en zo is 't gekomen.
Ik huilde en lei druk-snikkend in m'n hatelijke bed.
- Ik vind 't lam.
Toendan zeien we een hele poos niets. Sam onbewogen zat op de bedrand... z'n gezicht halfin schaduw. Buiten klaagra-zerde regen over de ramen. En een grote triestige weemoed treurde in mij... daarover. Nu zou ik altijd alleen moeten zijn... Sam zou afstuderen en weg gaan wonen... ergens buiten ... maar dan ging ik met Koos wonen... 't kwam er niet op-an, wat de mensen zeien... dan dee 'k wat ik maar wilde. En 't eerst praatte Sam weer:
- Zeg Joop, je moet je d'r niet al te mooi voorstellen... ze heeft vroeger ergens in de Pijp hier gewoond, tenminste dat zegt ze, maar ze kan wel liegen... daar heb je natuurlijk nooit kijk op... ik hou heel veel van d'r, en ik weet gelukkig maar weinig van d'r af... ze hèt in de Pijp gewoond zegt ze en es heeft ze niet, dat weet ik... dat weet iedereen niet eens van z'n meisje...
Regenige stilte weer en dan Sam:
- Vin-je 't dan zo beroerd?
-Ja.
- Ik ook... maar d'r is niks an te doen... vin-je 't dan zo lam om dat van vroeger?
- Nee... dat weetje ook wel...
- Zeg Joop, ik zal 't je maar direct zeggen, ik wou wel, dat ze hier kwam wonen... vin-je 't goed?
-Ja... als jij graag wilt... ik vind je zo lief... waarom doe je zo?
- Vin-je 't dan goed, dat ze hier komt?
- Ja... heb je d'r al met juffrouw Meks over gesproken... Sam kom nou nog eris dicht bij me... 't zal wel loslopen hoor... nou. vind 'k 't nog beroerd, maar 't zal wel meevallen.
217