JACOB ISRAËL DE HAAN
- Dag m'neer... dank u wel... Dirk, zeg jij ook eris dag m'neer.
- Goeiendag... u komt d'r wel uit.
-Ja m'neer, dank u wel.
Alleen in 't zonnelichtlichte vertrek bleef ik kalm en bedaard en werkte door, helemaal niet meer bewogen door de fijnheid van de jongen.
't Was juffrouw Meks.
- As u 't niet al te interessant1 vindt, mag ik vrage of u met d'r hebt afgepraat?
- Afgepraat? Wat? Van die benefietvoorstelling?
-Ja. Dat hadt u toch beloofd... ?
- Nee, daar komt niks van, met dat mens en d'r jongen wil ik totaal niks meer te maken hebben. Dank je.
- Gut... is ze onbehoorlijk geweest?
- Onbehoorlijk? Nee maar effen, geen stuk heeft ze an u heel-gelaten, an juffrouw Bramer niet en an u niet.
- Nee maar, die is goed. Daar praatje nou voor... daar doe je nou moeite voor... nee maar die is goed... wat hèt-ze gezegd?
- Ze zei...
1 Indringerig
204